Duplexonderzoek

Duplexonderzoek

Duplexonderzoek van de bloedvaten is eigenlijk een combinatie van 2 onderzoeken tegelijk: Echografie en Doppler. 

Echografie is een geluidsonderzoek met ultrageluid, waardoor de bloedvaten zichtbaar worden. Doppler is een fenomeen uitgevonden door de Oostenrijkse natuurkundige Christian Doppler in 1842 waarin hij bepaalde eigenschappen van geluid en licht beschrijft dat wij kennen onder Doppler-effect. Wanneer U in de trein zit, moet U eens goed opletten als U een spoorwegovergang nadert. U kunt de bel van de overweg horen rinkelen. Rijdt de trein de overweg tegemoet, dan hoort U een hoge toon. Bent U de overweg voorbij, dan is de toon veel lager. Het ligt natuurlijk niet aan de bel, die rinkelt altijd op dezelfde toon, het verschil komt door de beweging van de trein. Zou je het verschil in toonhoogte nauwkeurig kunnen meten, dan zou je de snelheid van de trein kunnen uitrekenen. Dit verschijnsel heet het Doppler-effect.

Op deze wijze kan de vaatchirurg bij U zowel het bloedvat zelf zien, alsook de stroomsnelheid en richting van het bloed in de slagader meten. Hiermee kunnen we bepalen of er vernauwingen of verstoppingen in de bloedvaten zijn. Bij onderzoek van aders kan vastgesteld worden of er spataders zijn of klonters in de aders (=thrombose).

Vrijwel altijd zal de vaatchirurg bij het eerste contact met U dit onderzoek uitvoeren, omdat het bepaalt of er aanvullend onderzoek moet gebeuren of dat meteen een behandeling geadviseerd kan worden.