Embolisatie

Behandeling embolisatie

Bij een embolisatie voor een vena ovarica syndroom worden de zieke spataders in de onderbuik dichtgemaakt. In de aders kan dan geen bloed meer in de verkeerde richting stromen (door de lekkende klepjes), de verhoogde druk in de onderbuik valt weg en de klachten verbeteren.

Verloop van de ingreep

Deze ingreep gebeurt in de operatiezaal, meestal onder plaatselijke verdoving. Tijdens de ingreep wordt gebruik gemaakt van contrastvloeistof, welke jodium bevat. Het is belangrijk te melden indien u hiervoor allergisch bent, want dan krijgt u eerst medicatie om te voorkomen dat er een allergische reactie optreedt.

De liesader wordt aangeprikt en er wordt een katheter in geschoven als toegang. Hierlangs kan contrastvloeistof worden opgespoten, om foto’s van de aders te maken (flebografie). Het is uitermate belangrijk om zo stil mogelijk te blijven liggen. Indien de aders inderdaad ziek zijn, kan deze toegang meteen worden gebruikt als werkkanaal voor de embolisatie. Hierbij wordt de zieke ader dichtgemaakt, meestal door middel van metalen veertjes welke een verstopping veroorzaken. Soms kan dit worden gecombineerd met het inspuiten van sclerosans of foam. Dit is een vloeistof die de binnenwand van de ader beschadigt en er zo voor zorgt dat het bloedvat dicht gaat.

Na de procedure wordt de katheter verwijderd en wordt de prikplaats afgeduwd gedurende enkele minuten. Nadien wordt een drukverband aangelegd en dient u even in bed te blijven liggen. Meestal kunt u de dag van de ingreep naar huis.

Mogelijke complicaties

Het is niet ongewoon dat u gedurende enkele dagen na de ingreep vage klachten of pijn kan voelen in de onderbuik. Dit kan verholpen worden met de inname van pijnstilling (vb paracetamol, ibuprofen). Ook kunnen de maandstonden overvloediger of onregelmatig zijn gedurende de eerste 3 maanden. Nadien is er een spontane normalisatie.

Bij elke ingreep kunnen er complicaties optreden. Bij deze endovasculaire procedure zijn de risico’s eerder beperkt. Uiteraard nemen we alle voorzorgen om deze te voorkomen:

  • Bloeduitstorting (hematoom) ter hoogte van de prikplaats
  • Allergische reactie op de contrastvloeistof
  • Diepe veneuze trombose
  • Longembolie
  • Niet terugvinden van lekkende aders. Dit betekent dat de klachten toch een andere oorzaak blijken te hebben.

In 70-90% van de gevallen is er duidelijke beterschap van de klachten, of verdwijnen de klachten volledig na de ingreep. Bij sommige patiënten blijven de klachten bestaan, zelfs al is een succesvolle behandeling uitgevoerd. Er blijkt niet altijd een verband te zijn tussen de klachten en de spataders in de buik, maar dit kan niet steeds voorafgaand worden bepaald.